Geschiedenis
IJsland is ongeveer twintig miljoen jaar oud. De menselijke bewoning begint echter pas in de zevende eeuw na Christus als Ierse monniken en noordelingen zich vestigen op IJsland. Er zijn Romeinse munten gevonden die dateren van een paar honderd jaar eerder, maar algemeen wordt aangenomen dat deze zijn meegenomen door latere immigranten of bezoekers.

In 874 begon de duurzame kolonisatie van IJsland, volgens de officiŽle geschiedschrijving. valt Ingolfur Arnarson uit Noorwegen deze eer te beurt. Volgens het verhaal gooide hij vlakbij de kust vanaf zijn schip wat drijfhout overboord met de belofte dat hij zich zou vestigen waar het hout aanspoelde. Dit werd de plaats die we momenteel kennen als Reykjavik.

De meeste kolonisten waren afkomstig uit West-Noorwegen. De reden van deze immigratie was dat er in Noorwegen een centraal gezag werd ingesteld waaraan vele herenboeren zich niet wilden onderwerpen. In 930 was al het beschikbare land verdeeld. Het, nu oudste parlement ter wereld, parlement Althing werd opgericht in het beroemde Thingvellir.

In 1262 onderwierp het land zich vrijwillig aan de Noorse kroon die later op het hoofd van Deense koningen prijkte. Dit duurde tot 1918 als het land weer onafhankelijk werd, de Deense koning bleef echter nog wel koning van IJsland. Drie jaar eerder had het land al een eigen vlag gekregen. In 1944 werd dan definitief de republiek IJsland uitgeroepen. Vijf jaar later sluit IJsland zich aan bij de NAVO, ook omdat het land geen eigen leger of marine bezit.

Bron: IJslandse Toeristenraad